UITTREKSELS UIT HET OUDSTE TRANSPORTREGISTER VAN RIJNSBURG (1588-15970

Bewerkt door : J.B. Glasbergen


INLEIDING

Het onder inventarisnummer 1. geregistreerde oudste Register van overdrachten enz. van Rijnsburg beslaat de periode 13.6.1588 - 11.5.1597. Inventarisnummer 2 begint op 3.3.1628. De schepenakten uit de tussenliggende periode ontbreken.

De omschrijving van het inventarisnummer geeft al aan, dat het niet uitsluitend transportakten bevat, meestal met bijbehorende schuldbekentenissen, hoewel deze transakties wel het leeuwendeel van de rechtshandelingen uitmaken. De meesten betreffen huizen en erven, enkelen landerijen of rentebrieven. Er bevinden zich ook enige testamenten onder (nrs. 66, 104,105 en 123) onder, alsmede boedelscheidingen (nrs.1, 9, 23, 26, 46, 71 en 80), één getuigenverklaring (nr.30), één borgstelling (nr. 47) en één kwijting (nr. 125). Ook één woningruil (nr. 103).

Het register telt 116 folio's. De laatste akte uit de reeks beslaat de folio's 115 recto en verso. Op folio 116v. staat een aantekening uit 1607. De akten zijn kennelijk op losse vellen papier geschreven en later ingebonden en genummerd. De chronologische volgorde van de akten klopt namelijk niet overal. Er bevinden zich vijf onvoltooide exemplaren tussen (nrs. 41, 54, 57, 65 en 72). Zeven akten zijn onvolledig gedateerd (nrs. 29, 67,70, 71,75, 126 en 127).

De akten werden opgesteld door de sekretaris (in deze periode Gerrit Willemsz van Veen) en verleden voor en ondertekend door de schout en twee schepenen. De namen van de schepenen heb ik verwerkt in mijn uitgave "Rijnsburgse Regenten 1573-1811. Proeve van sociaal-genealogisch onderzoek" (1976).

Bij het verlijden van een zestal akten (nrs. 10, 15, 18, 19, 26 en 80) waren ook schout en schepenen van Oegstgeest present. Slechts één akte (nr. 71) betreft de onder Alkemade gelegen, maar bestuurlijk onder de hoge heerlijkheid Rijnsburg ressorterende, Vrouwevenne.

Huizen en erven
Weinig huizen in Rijnsburg droegen een naam. In de periode 1588-1597 worden er slechts vier genoemd: de beide herbergen "De Valck" (nr. 25) en "De witte Leeuw" (nr. 131), alsmede "Het keizerrijk" (nr. 38) en "Bamberch" (nr. 68). Doorgaans wordt aangegeven in welk vierendeel van het dorp een huis stond. In deze periode heetten ze: het Griekenvierendeel of Moleneinde, het Koestraatvierendeel, het Kampeinde of het Dorpseinde. Ook de openbare weg of straat, waaraan een huis gelegen was, wordt meestal vermeld: de heerweg, waarmee meestal de openbare weg aan weerszijden van de Vliet wordt bedoeld, de Kerkstraat, de Koestraat en de Smidsteeg, in de dorpskom; de Buitenweg en de Elsgeesterweg daarbuiten. Als perceelsgrens diende vaak een sloot; voor de huizen aan de noordzijde van de Vliet was dat de Woerd- of Zijpsloot, ook Schouwsloot genoemd; voor de huizen aan de zuidzijde van de Vliet de Conventsloot, ook Kloostergracht en Smuigsloot genaamd, die het Hof (het centrale deel van het abdijcomplex) aan de noordzijde afsloot.

Lasten
De meeste huizen in het dorp waren belast met een cijns (grondrente) ten behoeve van de abdij. Daarnaast met het zgn. hofstedegeld, dat één of enkele stuivers bedroeg. Een belasting is natura was het (hofstede)hoendergeld, bestaande uit de verplichte jaarlijkse levering van kippen aan het Convent. Het aantal is (tenminste in één geval) niet gespecificeerd maar aangeduid "als een geheele hofstede toebehoort, nae ouder gewoonte". De verschuldigde sommen, die onveranderlijk waren, werden afgedragen aan de rentmeester van de abdij.

Andere instellingen in het dorp die inkomsten genoten uit de huizen, waren de kerk en het Heilige Geestgilde. Buiten het dorp waren dat de abdij Leeuwenhorst in Noordwijkerhout (nr. 69), de St. Jansheren in Haarlem (nrs. 26 en 46), de Huiszittende armen in Leiden (nr.12), en het Stevensgasthuis aldaar (nr. 18) alsmede het Heilige Geestgilde te Oegstgeest

Tot de vaste lasten behoorden ook "de ordinaris jaerlijxe banwercken als hoijen ende crosen" (nr.106). de verplichting om hetzij in arbeid hetzij in geld bij te dragen aan o.m. het onderhoud van de bruggen en de uitdieping van de vaarwateren in het dorp.

Op menig perceel rustte een servituut, bijvoorbeeld betreffende het gezamenlijk gebruik van een put, waterlozing of overpad.

Betaalmiddelen
Geldbedragen werden meestal uitgedrukt in Karolusguldens, onderverdeeld in 20 stuivers, elk van 16 penningen. Een halve stuiver (8 penningen) werd een groot genoemd. Een blank had de waarde van 12 penningen, een oort(je) van 4 en een duit van 2. Een enkele keer werden bedragen uitgedrukt in buitenlandse valuta, zoals het Vlaamse groot.

De koopprijzen werden niet altijd in de akten vermeld.

Diversen
In 1588 moeten in het dorp de rampzalige gevolgen van de verwoestingen uit 1573 en 1574, ten tijde van het beleg van Leiden, nog zichtbaar zijn geweest. Niet alleen de abdijgebouwen, maar ook de plaatselijke molen en vele huizen werden vernield. Een aantal malen is in akten sprake van "een ledig erf"( nr. 8) , "een gedemolieert erf" (nr.18), een huis "'twelck in de trouble is met andere verbrant" (nr. 23), een geruïneerd huis (nr. 24), een huis "eensdeels gecasseert ende verbrant" (nr. 41) en een ledig erf "daer eertijts een huijs op te staen plach" (nr. 78).

Glazen ramen waren aan het einde van de 16e eeuw kennelijk nog zeldzaam in het dorp. In enkele transportaktes worden ze apart vermeld. In akte nr. 43 met de toevoeging "zo daer enige zijn".

Bij het transport van huizen waarin een ambacht was uitgeoefend, werd dikwijls het gereedschap mee overgedragen. Voorbeelden zijn een bakkerij (nr. 97) en een smederij (nr. 60).

Hoewel schout en schepenen wisten dat een gehuwde vrouw haar bezittingen niet kon verbinden voor een borgstelling, lieten ze dat (althans in één geval) toe (nr. 34).

Gedwongen winkelnering kwam ook in de 16e eeuw voor. Een Leidse brouwer leende zonder rente geld uit aan een herbergier in Rijnsburg, als die zich wilde verplichten alleen bier van zijn brouwerij te betrekken.

Een bizondere verplichting betrof de levering van een ton bier per jaar om die, ter herinnering aan een overdracht, met ouders, broers, zusters en zwagers op te drinken. (nr. 19)

Bewerking
Tussen vierkante haken [] zijn namen, beroepen en/of woonplaatsen toegevoegd, die niet in de oorspronkelijke tekst voorkomen. Deze toevoegingen zullen in veruit de meeste - mogelijk in alle - gevallen juist zijn. Maar zeker is dat niet!

Citaten zijn cursief afgedrukt.

De hoendergelden en de vermelding van de verplichting van hooien en krozen zijn (behakve in akte nr.1) in de uittreksels niet overgenomen.




GEBRUIKTE AFKORTINGEN


az. andere zijde
betr. betreffende
bl. blank
ca. circa
cs. cum suis
d. duit
dd. de dato
ez. ene zijde
f. folio
gld. gulden
gr. groot/groten
h. hond
ipv. in plaats van
j. jaar
m. morgen
muv. met uitzondering van
no. noordoosten
nr. nummer
nw. noordwesten
nz. noordzijde
o. oortje(s)
oz. oostzijde
p. penning(en)
r. roe
Rb. Rijnsburg
resp. respectievelijk
str. strekkende
stv. stuiver(s)
tbv. ten behoeve van
tegenw. tegenwoordig(e)
tlv. ten laste van
trp. tansporteerde(n)
tzv. ter zake van
v. verso
wz. westzijde
zo. zuidoosten
zw. zuidwesten
zz. zuidzijde










1. 23.6.1588. f. 1. Jan Huijgensz en Claertgen Huijgen met Jan Huijgensz, haar broer, als gekoren voogd, Jacop Huijgensz, Dirck Huijgensz, Toenis Jansz gehuwd met. Aecht Huijgen, Mees Jacopsz gehuwd met Trijn Huijgen, Jan Maertensz in naam van Dieuwertge Huijgen en Jan Woutersz Val als vader en voogd van Marijtgen Jans en Wouter Jansz, kinderen van Jannetge Huijgen, allen kinderen en erfgenamen van Huijch Jansz en Neeltge Jans. Zij hebben de boedel van Huijgh Jansz gescheiden bij tussenspreken van Cornelis Dircksz Ket, Dirck Cornelisz, Pieter Dircksz en Roelof Adriaensz.
Jan Huijgensz en Claertge Huijgen krijgen <1> het huis met bergen, schuur en erf in de Koestraat, gelijck haer ouders die mitter doot geruijmt hebben. Belast met 7 stv. opstal, hofstedegeld en hofstedehoenderen, hooien en crozen, <2> al het koren en het voer dat op 8.11.1587 in de bergen en in het huis aanwezig was, alsmede <3> 4 h. eigen land te Oegstgeest in de Horn en <4> al het huisraad, de landbouwwerktuigen en het vee, met een gezamenlijke waarde van 1373 gld. 9 stv. en 19 p.
Jacop Huijgensz krijgt <1> 1 m. land over de Croftsloot, gekomen van Odilia van Aemstel, volgens een bezegelde brief dd. 16.6.1581, onder het zegel van Dirck Troost Rutgersz.
Mees Jansz krijgt <1> 4 h. teelland in de Lange Waard, gekomen van Claes van Alphen, volgens een door schout Johan van Loenresloot op 27.11.1583 bezegelde brief, en <2> 4 h. teelland, mede aldaar gelegen, en <3> 3 h. land, gekomen van Cornelis Dircsz Ket, volgens een door schout Jacop Jacopsz op 4.5.1569 bezegeld brief.
Jan Maertensz krijgt <1> 1 m. teelland in Oegstgeest, gelegen voor Valkenburg, gekomen van Pieter Dircksz, met een bezegelde brief dd. 17.6.1581, die begint met Ick Dirck Troost Rutgersz.

2. 23.6.1588. f. 2v. Jan Huijgensz, als mede-erfgenamen van Huijch Jansz en Neeltge Jans, zijn vader en moeder, trp. aan Pieter Willemsz [van Valckenburgh], gehuwd met Claertgen Huijgen, zijn schoonbroer, alle roerende en onroerende goederen die hem uit de boedel van zijn ouders toekomen.

3. 28.5.1589. f. 3. Johan van Eck trp. aan Jan Jansz, wonende eertijds op Vinckenberch, een huis en erf in het Dorpsvierendeel. Belend: oz. de weduwe en erfgenamen van Gerrit Reijersz [van Dam], wz. Huijch [Willemsz] van Veen, timmerman, str. voor van de Vliet tot achter in de Conventsloot. Met de bruikwaar van 9 m. 15 h. land. Belast: 10 stv. aan het Convent, 2 stv. hofstedegeld

4. 10.12.1589. f. 3v. Pieter Willemsz van Valckenburch, gehuwd met Claertgen Huijgen, bekent een losrente van 18 £ schuldig te zijn aan Wouter Jansz en Maritgen Jans, broeder en zuster, minderj. kinderen en erfgenamen van Jan Woutersz Val, tapper in De Valck, gewonnen bij Jannitgen Huijgen. Hij verbindt de landwoning met berg, schuur en geboomte in de Koestraat, waarin hij woont. Belend: nz. Claes Jansz van der Speck, zz. Jannitge Jacops, linnennaaister, str. voor van de heerweg tot aan de tuin van Jacop Willemsz [van der Codde], schoenmaker. Willem Lourisz, te Valkenburg, stelt zich borg voor Pieter Willemsz, zijn zoon.

5. 11.2.1590. f. 5. Jacop Pietersz [Harst], te Valkenburg, en Jan Florisz, zijn neef, wonende op de Hoge Mors in Oegstgeest, voor zichzelf en voor Machtelt Florisdr, zijn zuster, trp. aan Aernt Pietersz Harst hun aandelen in een huis en erf, hen aangekomen door het overlijden van Pieter Jansz, steenplaatser, hun vader, resp. grootvader, welk huis reeds door Aernt Pietersz bewoond wordt. Belend: oz. de weduwe en kinderen van Mr. Frans van Varenholt, chirurgijn, wz. Willem Jacopsz [Jansz], snijder, str. voor van de Vliet door een gang gelegen tussen het Heilige Geesthuis en de tuin van de erfgenamen van Lutgen, Willem Gerritsz weduwe, tot achter in de Schouwsloot. Belast met 9 stv. 1 o. aan het Heilige Geest-gilde, 1 d. hofstedegeld

6. 27.3.1591. f. 6. Jacob Teusz trp. aan Harman Claesz [van Noort],smid, vijff schouten besegelde brijeven van Rijnsburch betr. een huis en erf [aan de zz. van de Vliet] op de hoek van

de Smidsteeg. Belend: oz. de Smidsteeg, wz. Frans Willemsz [Jansz], wielmaker, met huis en erf, str. voor van de Vliet tot achter in de Conventsloot.

7. 27.3.1591. f. 6v. Schuldbrief van Harman Claesz [van Noort] , smid, tzv. voorgaande koop. Koopsom 550 gld.

8. 6.4.1591. f. 7v. Jacop Govertsz, nu wonende te Hazerswoude, vervangende Anthoenis Jaspertsz, zijn oom, trp. aan Koen Jansz, een ledig erf, eertijds gekomen van Dirckgen Engelbrechts, zijn tante, in de Koestraat. Belend: nz. Koen Jansz voorszeid, zz. Dirck Jansz van der Speck, bakker, voor (w.z) de Koestraat, oz. Pieter Garbrantsz [Verhouck / van Veen / van Paridon] met zijn boomgaard..

9. 16.7.1588. f. 8. (ook voor schepenen van Oegstgeest ) Oude Jan Jansz Vooruijt, als bestevader, en Dirck Jansz [Vooruijt], timmerman, als oom van Geertgen, ca. 7 j. en Neeltgen, ca. 5 j., weeskinderen van Jonge Jan Jansz Vooruijt en Michieltgen Michiels, zijn huisvrouw ter ene zijde en voorszeide Michieltgen Michiels, geassisteerd door Huijbrecht Gerritsz, kleermaker, haar broer, ter andere zijde. Zij hebben de boedel van Jonge Jan Jansz Vooruijt gescheiden en gedeeld, muv. een huis en erf, bewoond door Oude Jan Jansz Vooruijt met zijn vrouw, dat onverdeeld zal blijven zo lang deze leven. Michieltgen zal de kinderen opvoeden, leren lezen en schrijven en, als zij 21 jaar oud zijn of bij eerder huwelijk, 300 gld. uitkeren. Michieltgen zal eveneens 300 gld. uitkeren aan Lijsbeth Willems, haar voorkind, verwekt door haar overleden man Willem Cornelisz. Zij verbindt: <1> het huis en erf met twee kamerkens daer ter zijden, met berg, schuur en boomgaard aan de Vliet, waarin zij woont. Belend: oz. Sijmon Lenertsz [Cornelisz], nz. Mr. Jan [Pietersz Colff] in tHouffijzer [te Delft], wz. Jan Adriaensz, zz. de Vliet. Alsmede <2> 1/2 m. teelland in Oegstgeest aan de Grolputterdijk.

10. 28.7.1588. f. 9. (ook voor schepenen van Oegstgeest) Willem Jansz, snijder, trp. aan Vechter Gerijtsz [van Hobbendijck] <1> een huis en erf met schuur en berg, in de Koestraat. Belend: nz. Pieter Cornelisz Goor, oz. de Koestraat, zz. Jan Claesz, snijder, wz. de Wuert off Sijpsloot. Alsmede <2> 4 m. hooiland in Oegstgeest, genaamd Callemeer. Tevens is bedongen, dat Vechter Gerijtsz de bruikwaar van de landen, die Willem Jansz van de abdij en kerk huurt, zal overnemen.

11. 18.10.1588. f. f. 9v. Jan van Beest gehuwd met Elisabeth van Draeckenborch, goudsmid en poorter van Leiden, trp. aan Gerrit Heer Claesz van Alphijn, een gedemolieert erf met de stenen die daarop liggen, in de Kerkstraat, zoals de vader en moeder zaliger van Elisabeth die bezeten hebben, muv. het keldertje, dat eertijds niet tot het erf behoorde, en dat nu toekomt aan Willem Pietersz van der Ben, schout te Wassenaar. Belast met 45 stv. aan de abdij en 15 stv. aan de Heilige Geest in Oegstgeest. Voldaan met een schuldbrief van 200 gld.

12. 24.9.1588. f. 10v. Fijtgen Wessels, weduwe van Jorijs [Willemsz] van Dokken/Dobben, in leven heemraadsbode van Rijnland, geassisteerd door Salomon van der Wuert [notaris] te Leiden, trp. aan Gijsbert Jansz [van der Codde] en Pieter Allertsz, een huis en erf met de twee halve wagenwegen die tot het erf behoren. Belend: oz. de halve wagenweg en het huis en erf van de weduwe en erfgenamen van Gerijt Reijersz van Dam en onder de weg voorszeid Pieter Allertsz met de wederhelft van de wagenweg, wz. Gijsbert Jansz met de andere helft van de wagenweg en zijn huis en erf, str. voor van de heerweg tot achter in de Woerd of Zijpsloot. Alles, zoals het door wijlen Vranc Jansz, brouwer, gebruikt en bezeten is geweest. Belast met een losrente van 12 gld. en 10 stv. aan Jan Jansz, nazaat van Mr. Andries Allertsz, en een pacht van 37 stv. aan de Huijssittenen te Leiden en twee pachten van elk 15 stv. aan de abdij en de sakerstije te Rb. Voldaan met een schuldbrief van 447 gld.

13. 15.11.1588. f. 11v. Willem Jansz, snijder, trp. aan Vechter Gerritsz [van Hobbendijck] <1> zeker erfje, breed ca. 8 roeden voeten, gelegen tussen de huizen van Vechter Gerritsz en Pieter Cornelisz, <2> een eeuwige rente van 20 stv. gehypothekeerd op het huis en erf van Pieter Cornelisz, volgens de brief van 26.2.1580. Koopsom niet vermeld.

14. 10.6.1589. f. 12v. Sijmon Gerritsz, verklaart dat zijn huis en erf op de Vliet, gekomen van Griete Koenen, belast is met een rente van 4 gld. aan de sacristie. De constitutiebrief is verloren geraakt. Het huis wordt belend: oz. Trijn Dircks, Jan Pietersz [metselaars] weduwe, wz. Jan Lambertsz, kuiper, en jonkheer Kaerl van Benting, str. voor uit de Vliet tot achter in de Conventsloot.

15. 29.4.1589. f. 13 (ook voor schepenen van Oegstgeest) Sijmon Gerritsz [Hoflant], voor de ene helft, en Sijmon Sijmonsz [Hoflant], Huijbrecht Heijnricksz gehuwd met Neeltgen Sijmons, te Lisse, Claes Gerritsz [van Alphen] gehuwd met Lijsbet Sijmons, Dirck Gerritsz [van Immerseel] gehuwd met Niesgen Sijmons, en Adriaen Sijmonsz als oom en voogd van [jonge] Grietgen Sijmons, en zich gezamenlijk sterk makende voor Maritgen Sijmons, en Cornelis Lenertsz gehuwd met [oude] Grietgen Sijmons, te Zoeterwoude, voor de andere helft, allen kinderen en erfgenamen van Fijtgen Sijmons, hun moeder, trp. aan Jan Florisz, wonende opt Endt, ca. 11 h. teelland, gelegen op de Cneppelen in Oegstgeest. Zij verbinden <1> 2 m. weiland te Oegstgeest in de Horn alsmede <2> de woning met huis, schuur en berg, waar Sijmon Gerritsz in woont. Belend: oz. (voor) Lodewijck [Gerritsz] de Ruw, schout, (achter) Willem Jacopsz [Colff], kolfmaker, wz. Willem Willemsz Hoftuijn, str. voor van de Vliet tot achter op de Woerd + 10 h. teelland, belend: oz. de Zijpsloot, zz. de Woerd, wz. de erfgenamen van Gerrit Heer, nz. Kuen Woutersz van der Zijp.

16. ongedateerd (1589) f. 14.Dirck van Kessel, rentmeester-generaal van de abdij, trp. in naam en als vader van Cornelia van Kessel, zijn dochter, aan IJsbrant Starck, deurwaarder van het Hof van Holland, een losrentebrief van 12 gld. per jaar tlv. mr. Frans van Varenholt, chirurgijn.

17. 5.7.1589. f. 15. Jonkheer Kaerel van Benting, wonende in Den Haag, trp. aan de abdij een huis en erf, genaamd het Keijzerrijck. Belend: wz. (voor) Lambert Gijsbertsz en (achter) Jan Pieter Gijsbertsz, oz. (voor) Oude Jan de kuiper en (achter, naar het zuiden) Sijmon Sijmonsz [Hoflant], str. voor van de Vliet tot in de Conventsloot. Alles volgens de oude waarbrieven en de brief van willig decreet van het Hof van Holland dd. 16.5.1587. Hij houdt zich tevreden met zekere ordonnantie, hem geleverd door Vrouwe Stephana van Rossum, Vrouw van Rijnsburg, dd. 5.7.1589.

18. 1.8.1589. f. 16. (ook voor schepenen van Oegstgeest ) Jan Gijsbertsz, gehuwd met Trijntgen Jans, eertijds huisvrouw van Alphert Jansz, met instemming van Jan Alphertsz, Claes Alphertsz en Maritgen Alpherts, kinderen en erfgenamen van Trijntgen Jans en Alphert Jansz voorszeid, Gijsbert Jansz, Gerrit Dircksz gehuwd met Stephana Jans, te Oegstgeest, en Sijmon Pietersz gehuwd met Neeltgen Jans, nakinderen van Trijntgen Jans en Jan Gijsbertsz, trp. aan Jacop Matijsz, van de Vrouwevenne, gehuwd met Jannitge Alpherts, <1> een landwoning, bestaande uit huis, hof, berg, schuur, met de daarachter gelegen boomgaard, het vee en het landbouwgereedschap. Alsmede <2> een huisje met erf aan de oz. van de landwoning. Belend (in het geheel): oz. Pieter Jansz van Alphen, wz. Oude Jan Vooruut, str. voor van de Vliet tot achter aan de weide van Claes [Jansz] van der Speck. Belast met een erfrente van 20 stv. aan het St. Stevensgasthuis te Leiden. Tevens <3> een m. land te Oegstgeest, aan de nz. begrensd door de scheisloot tussen Rb. en Oegstgeest. Als de koper zijn nieuwe bezit wil verkopen, dient hij het eerst aan te bieden aan de familie van zijn huisvrouw

19. 1.8.1589. f. 17v. (ook voor schepenen van Oegstgeest) Schuldbrief van 2200 gld. van Jacop Mathijsz aan Jan Gijsbertsz, zijn stiefvader. Condities: laatstgenoemde mag met zijn vrouw levenslang in het huisje blijven wonen en de helft van de vruchten uit de boomgaard gebruiken. Tevens zal de koper, zolang zijn stiefvader en moeder leven, jaarlijks een ton bier moeten leveren

om die met hen en zijn broers, zusters en zwagers op te drinken ter herinnering aan deze overdracht.

20. 18.9.1589. f. 20v. Willem Jansz Hoftuijn en Cornelis Dircksz Ket, kerkmeesters, verkopen aan het Heilige Geest- en Armen Gilde een rente van 6 gld., losbaar met 100 gld. Zij verbinden daarvoor 2 percelen land: <1> de helft van 1 m. gelegen aan de Elsgeesterweg, waarvan Jan Florisz, die de wederhelft bezit, gebruiker is. Belend: oz. de Elsgeesterweg, wz., nz. en zz. de abdij; <2> 3½ h. in de Lange Waard. Belend: oz. en nz. de abdij, wz. de erfgenamen van Gerrit Claesz Heer (als gebruikers) en zz. de Vliet. Met de hoofdsom wordt een andere sware rente aan Jacop Willemsz [van der Codde], schoenmaker, afgelost.

21. 8.11.1589. f. 21v. Dirk van Kessel, rentmeester van de abdij, trp., met procuratie van de Vrouwe [Stephana van Rossum] van Rb., aan Heilige Geestmeesters van Leiden een rente van 4 gld. op Sijmon Gerritsz [Hoflant]. Verwezen wordt naar de waarbrief, die op 16.6.1589 door schepenen is opgemaakt.

22. 18.2.1590. f. 22v. Oude Jan Jeroensz, te Wassenaar, als oom en voogd van de weeskinderen van Adriaen Jeroensz en de weeskinderen van Philps Claesz te Wassenaar, gewonnen bij zaliger Dieuwer Jeroens, zijn broeder en zuster, Aernt Pietersz [Jansz], gehuwd met Aechte Jeroens, en voorszeide Philps Claesz, erfgenamen van Jeroen Koenen en Annitge Jans, hun vader en moeder. Zij trp. aan Jan Pietersz [van Brouchuijsen / van der Geest] gehuwd met met Anna Gerrits, de weduwe van Mateeus Cornelisz [van der Beeck / van Poelwijck], een geruijniert erve, waarop Mateeus Cornelisz een huis heeft laten timmeren. Belend: oz. (voor) Jan Cornelisz van Delft en (achter, naar het noorden) Mari Andries, Willem Gijsberts weduwe, wz. (voor) Willem Holst, tapper, en (achter) Dirk van Kessel, rentmeester van de abdij, str. voor van de Vliet tot achter in de Zijpsloot. Belast met een losrente van 6 gld. aan Jacop Claesz Duezen in Den Haag, een eeuwige rente van 15 stv. aan de sacristie van de abdij en 15 stv. aan de pastorie. Voor de losrente had Mateeus Cornelisz overgeleverd 2 door schouten bezegelde brieven van Rb., sprekende van een huis en erf t welck inde trouble is met andere verbrant. Het erf was seeckeren jaren geleden door Adriaen Jeroensz verkocht aan Mateeus Cornelisz, maar van deze transactie was nog geen transportbrief opgemaakt.

23. 27.2.1590. f. 23v. Annetgen Jans, eertijds weduwe van Mateeus Cornelisz [van der Beeck / van Poelwijck], en nu huisvrouw van Jan Pietersz, ter ez. en Jan Cornelisz, te Sassenheim, en Jan Heijnricksz, te Lisse, als behuwde ooms en voogden van Cornelis, ca. 2 j., weeskind van Mateeus Cornelisz en Annitge Gerrits voornoemd, ter az. Zij verklaren voor het huwelijk van Annitje met Jan Pietersz overeengekomen te zijn, dat het weeskind uit de boedel van zijn ouders zal behouden 14 h. teelland in Oegstgeest en 14½ h. weiland in Sassenheim. Jan Pietersz zal de 14½ hond weiland mogen maaien gedurende de minderjarigheid van het weeskind en daarvoor 100 gld. betalen. Annitgen Gerrits mag de 14 h. teelland gebruiken, zonder daarvoor huur te betalen, maar zij zal het kind opvoeden en bij zijn trouwen een bruiloftspack of 30 gld. geven alsmede een bed.

24. 15.3.1590. f. 24v. Sijmon Gerritsz [Hoflant], Huijbert Heijnricksz gehuwd met Neeltge Sijmons, te Lisse, Claes Gerritsz van Alphen gehuwd met Elizabet Sijmons, Dirck Gerritsz van Immerseel, gehuwd met Nijesgen Sijmons, Cornelis Lenertsz gehuwd met Jonge Griete Sijmons, te Zoeterwoude, Maerten Huijbertsz gehuwd met Oude Griete Sijmons, en Maritge Sijmons, ongehuwd met voorszeide Huijbert als vgd, kinderen en erfgenamen van Fijtge Sijmons, haar moeder zaliger, trp. aan Sijmon Sijmonsz [Hoflant], hun zwager, een geruïneerd huis en erf, nu bij de selven Sijmon Sijmonsz verbetert of getimmert. Belend: oz. Trijn Dirks [schuijtenvoerderse], Jan Pietersz metselaar's weduwe, wz. (voor) Jan de kuiper en (achter) de abdij, str. voor van de Vliet tot achter in de Conventsloot. Belast met 4 gld. aan de sacristie van de abdij, 4½ gr. hofstedegeld. Sijmon Gerritsz heeft dit huis bewoond. Hij was de man van Fijtge en de vader van genoemde kinderen.

25. 10.9.1590. f. 25. Jan Woutersz Val, tapper in De Valck, bekent 175 gld. schuldig te zijn aan Willem [Willemsz] Ouwelant, brouwer in De Lelie te Leiden tzv. geleverd bier. Hij behoeft over dat bedrag geen rente te betalen, maar is verplicht zoe lange als de brouwer brout zijn bier van De Lelie te betrekken. Hij verbindt zijn huis en erf Inde Valck. Belend: oz. Harman [Claesz van Noort] de smid, wz. Trijn Dircks, schuitenvoerderse, Jan Pietersz metselaars weduwe, met haar kinderen, str. voor van de Vliet tot achter aan het erf van Trijn voornoemd en Barbara [Staetz], Mr. Clement [Fransz]s weduwe of erfgenamen

26. 27.3.1590. f. 26. (ook voor schepenen van Oegstgeest.) Claes Gerritsz [van Alphen], Adriaen Jacopsz van Dam gehuwd met Adriana Gerrits [van Alphen], te Leiden, Sijmon Sijmonsz [Hoflant] gehuwd met Maritge Gerrits [van Alphen], Cornelis Lenertsz [van Duijndam] gehuwd met Aechgen Gerrits [van Alphen], te Valkenburg, Jan Gerritsz [van Alphen], Meijnert Gerritsz [van Alphen] en Willempgen Gerrits [van Alphen] (laatstgenoemde geassisteerd door Jan Claesz van Alphen en Claes Cornelisz Corsteman haar ooms en voogden) en Adriaen Gerritsz [Keth], ieder voor zich, gebroeders, zusters en zwagers, erfgenamen ab intestato van Gerrit Claesz Heer van Alphen en Haesge Claesdr [Corsteman], hun ouders en schoonouders, in leven wonende te Rb.
Zij hebben de boedel gescheiden. Adriaen Gerritsz, de jongste broer, zal door koop hebben <1> de woning met huis, schuur, berg, boomgaarden, vee en huisraad. <2> een kroftje land, gelegen voor de deur van de vsz woning. Belend: zz. het Convent, oz. Sijmon Gerritsz, nz. Adriaen Sijmonsz en nz. het voornoemde huis, <3> ca. 1 h. land, genaamd Louwenthuijn. Belend: zz. de Vliet, nz. het perceel van 14 h., hierna genoemd, nz. het Convent, oz. Jacop Willemsz [van der Codde],schoenmaker, <4> 3½ h. teelland te Rb, belend: wz. en nz. het Convent, zz. de Vliet, oz. Adriaen Gerritsz met bruikwaar <5> de beterschap van de bruikwaarlanden, die momenteel door de gen. woning gebruikt worden. Koopsom: 2600 gld.
Claes Gerritsz, Jan Gerritsz en Sijmon Sijmonsz zullen samen in eigendom hebben <1> 3 m. teelland gelegen achter de woning van Claes Gerritsz, belend: wz. Adriaen Sijmonsz, zz. de Waardweg of de Vliet, nz. het Convent, oz. de 4 h. land nagenoemd, <2> 4 h. land. Belend: wz. de voorn. 3 m., zz. de woning van Claes Gerritsz, nz. het Convent, oz. Adriaen Sijmonsz, <3> 3 m. maailand, gelegen over de Poel te Oegstgeest.
Cornelis Lenertsz, Meijnert Gerritsz en Willemtgen Gerrits krijgen <1> 3 m. weiland, genaamd De Horn te Oegstgeest, <2> 14 h. weiland in de Waard. Belend: wz. de Sint Jans Heren te Haarlem, zz. de Vliet, oz. Louwenthuijn en het Convent, nz. het Convent.

27. 8.4.1590. f. 28v. Jan Quierincz [Fransz], wielmaker, heeft op 15.1.1590 in het openbaar verkocht en trp. nu aan Floris Gerritsz [van der Wiel], dekker, het huis op de hoek van de Brouwersteeg, waarin Floris al woont. Belend: oz. en zz. Frans [Willemsz Jansz], wielmaker, wz. Sijmon Willemsz Verdiger en nz. de heerweg. Met het gebruik van een een halve bornput, waarvan voorszeide Sijmon Cortwil de wederhelft competeert. Belast met 8 stv. aan de erfgenamen van de Heer van Batenbrouck, en 3 gr. hofstedegeld

28. 8.4.1590. f. 29. Kustingbrief van 450 gld. van Floris Gerritsz [van der Wiel] nav. voorgaande koop.

29. ... 1590. f. 29v. Dirck Jansz Vooruut bekent een rente van 30 stv., losbaar met 25 gld., schuldig te zijn aan de Heilige Geest. Hij verbindt een huis en erf, belend: oz. Jacop Pietersz, wz. IJsbrant Cornelisz, str. voor van de Vliet tot achter aan de weide.

30. 21.8.1590. f. 30. Verklaring van Cornelis Adriaensz van der Horst, herbergier, ca. 51 j., Philps Huijbertsz [Paus], timmerman, ca. 52 j., en Heijndrick Jansz, smid, ca. 33 j., op verzoek van de weduwe van Mr. Frans Vareholt, chirurgijn, (die volgens de verklaring van Jacop Willemsz [van der Codde], schepen en kerkmeester, op 31.3.1589 na een langdurige ziekte overleden en in de parochiekerk begraven is. Varenholt, die in krijgsdienst was geweest, had nog een neef, Aelbrecht Varenholt, steenslijper, wonende in de stad Lunenburch, de geboorteplaats van Frans.

31. 4.11.1590. f. 30v. Alijt en Machtelt Jans, kinderen van Jan Egbertsz, slootmaker, in leven wonende te Rb., met Cornelis Egbertsz, haar gekoren voogd, Cornelis Cornelisz gehuwd met Annetgen IJsbrants, die weduwe was van Claes Jansz slootmaker, broeder van de comparanten, erfgenamen van Jan slotemaker en Anna Claesdr, hun ouders, trp. aan Adriaen Sijmonsz Rechtevoort, een huis en erf in het Griekenvierendeel, zo groot als Jan slotemaker het bezeten heeft. Belend: nz. de molenwerf, zz. het molenhuiserf, str. voor van de Vliet tot achter in de Zijpsloot. Belast met 15 stv. aan de kerk. De koopsom bedraagt 60 gld, waarvan elke verkoper 1/4 deel krijgt.

32. 30.12.1590. f. 31v. Aernt Pietersz Harst trp. aan Jacop Pietersz Harst, te Valkenburg, zijn broer, een op 23.11.1586 voor schepenen van Rb. gepasseerde brief, betr. een huis en erf. Belend: oz. de weduwe van Cornelis Mateeusz [van der Beeck/van Poelwijck], wz. Dirck [Jansz] Vooruut, timmerman, str. voor van de Vliet tot achter aan de weide van Claes [Jansz] van der Speck.

33. 29.12.1590. f. 32. Jacop Pietersz Harst, te Valkenburg, trp. aan Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] twee bezegelde brieven van Rb, beide betr. zeker huis en erf, de ene dd. 23.11.1586, de ander dd. 29.12.1590, belend als in laatstgenoemde brief.

34. 7.1.1590 (!). f. 32v. Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] bekent aan Jacop Pietersz Harst, te Valkenburg, 400 gld. schuldig te zijn tzv. de koop van een huis en erf. Belending als in nr. 32. Adriana Huberts, weduwe van Jeroen Cornelisz, stelt zich borg voor haar zoon, al waer geseijt wert dat een vrouwpersoon haer selve noch haer goederen niet en mach voor andere verbinden, gelijk haar eerst wel te voren onderrecht was.

35. 15.1.1591. f. 33v. Pieter Dircksz bekent aan het Heilige Geest Gilde een rente van 31 stv. en 4 p., losbaar met 25 gld., schuldig te zijn. Hij verbindt: een huis en erf in de Koestraat. Belend: nz. Pieter Mercelisz kuiper, zz. (voor) Jan Claesz van Assendelft en (achter) Jan Gerritsz Heer, str. van de heerweg tot achter in de Zijpsloot. [In de marge wordt verwezen naar de acte op f. 97v, nr.109]

36. 1.2.1591. f. 34. Floris Claesz van t Endt, trp. aan Jacop Mateeusz, een huis en erf op de hoek van de Smidsteeg. Belend: oz. de Smidsteeg, wz. Frans Willemsz [Jansz], wielmaker, met huis en erf, str. voor van de Vliet tot achter in de Conventsloot. Belast met 20 stv. pacht aan de abdij. [In de marge wordt verwezen naar f. 6, nr.6]

37. 26.2.1591. f. 34v.
Jacop Teeusz, bekent tzv. voorgaande koop 475 gld. schuldig te zijn aan Floris Claesz van t Endt.

38. 20.4.1591. f. 35. Griete Dircks, weduwe van Jan Pieter Gijsbertsz Banheijninck, met Pieter Dircksz en Dirck Dircksz, haar broers, als voogden, hebben op 27.3.1591 in het openbaar verkocht en trp. nu aan Willem Cornelisz int Houdt <1> een landwoning, als huis, hof, berg en schuur. Belend: oz. (voor) Heijnrick Dircksz kramer, en (achter) het huis van de predikant genaamd tKeijserrijck, wz. Willem Pietersz van der Ben, schout te Wassenaar, zz. Lodowijck [Gerritsz] de Ruw, schout., str. voor van de Vliet tot achter in de Conventsloot. Het Keijsserrijck heeft over de werf een eeuwige vrije opweg. Belast met 15 stv. aan het Heilige Geest Gilde, 20 stv. aan de abdij, 10 stv. aan de kerk. <2> (met consent van de rentmeester van de abdij) de beterschap en de huur van ca. 6 m. ½ h. land, voor 5 j., tegen een huur van 55 gld. 15 stv., nadat de koper er zijn tarwe geoogst heeft.
Pieter Dircksz verbindt de landwoning in de Koestraat, waarin hij woont. Belend: nz. Pieter Mercelisz kuiper, zz. (voor) Jan Claesz van Assendelft en (achter) Jan Gerritsz van Alphen. Dirck Dircksz verbindt zijn huis en erf op de hoek van de Kerkstraat. Belend: oz. de Kerkstraat, wz. Jannitge de bakster, str. voor van de Vliet tot (aan de zz.) Jannitge voornoemd en (achter) jonge Willem Hoftuijn.

39. 20.4.1591. f. 36. Willem Cornelisz int Houdt bekent 1400 gld. schuldig te zijn aan Griete Dircx, weduwe van Jan Pieter Gijssen [Banheijninck]. Borg is Cornelis Cornelisz Inthout, zijn vader. Die verbindt zijn landwoning als huis, hof, berg en schuur in de Koestraat. Belend: nz. Cornelis van Lis, oz., wz., en zz. de heerweg.

40. 19.5.1591. f. 36v. Gijsbert Adriaens Maertsz, te Katwijk aan Zee, trp. aan Marie Willems, weduwe van Cornelis Mateeusz [van der Beeck / van Poelwijck], een stuk land, groot 3 h. gemengder veure ende aerde tesamen gelegen met 3 h. die de koopster competeren. Belend in het geheel: oz. Jan Gerritsz Heer, zz. Flooris Gerritsz [van der Wijel], dekker, wz. Adriaen Gerritsz alias Adriaen Bet, nz. de Vinckenberch.

41. 9.6.1591. f. 37. Jan Jansz, nu wonende te Oegstgeest, trp. aan Huijch Willemsz van Veen, timmerman, een huis, berg en schuur eensdeels gecaseert ende verbrant en bij de voornoemde Huijch Willemsz nu getimmert ende verbetert .
[De akte is niet afgemaakt. Er zijn enkele bladzijden blanco gelaten. In de marge staat: Eijgendoms brijeff van de huijsinge bij Huijch timmerman van Jan Vinckenberch gecoft, gecomen van Jan van Eck].

42. 20.6.1591. f. 39v. Jan Huijgensz trp. aan Dirck Jansz een huisje met een erf in het Kampeinde. Belend: nz. en wz. Dirck Jansz voorszeid, oz. Jan Huijgensz, zz. de heerweg.

43. 20.6.1591. f. 40. Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] trp. aan Dirck Jansz Vooruut, timmerman, een huis en erf, met de glaesraemen, zoe daer enige zijn. Belend: oz. de weduwe en erfgenamen van Cornelis Mateeusz [van der Beeck /van Poelwijck], wz. de koper, str. voor van de Vliet tot achter aan de weide van Claes [Jansz] Verspeck. Belast met 10 stv. aan het Heilige Geest Gilde, 15 stv. aan de abdij. Koopsom voldaan met een schuldbrief.

44. 20.6.1591. f. 40v. Dirck Jansz Vooruut, timmerman, bekent tzv. voorgaande koop 400 gld. schuldig te zijn aan Dirck Jeroensz [van Swanenburgh]. Hij verbindt het huis, waarin hij woont, gelegen naast het gekochte huis. Belend: wz. IJsbrant Cornelisz, oz. het voorszeide huis, gekomen van Jacop Pietersz Harst, str. voor van de Vliet tot achter aan de weide van Claes [Jansz] van der Speck.

45. 19.6.1591. f. 41. Cornelis Lenertsz [van Duijndam], te Valkenburg, trp. aan Claes Gerritsz van Alphen, zijn zwager, <1> een gerecht derde part van 3 m. weiland te Oegstgeest, genaamd De Horn; <2> een gerecht derde part van 14 h. teelland in de Waard, die hij geërfd heeft van Gerrit Claesz Heer van Alphen en Haesgen Claesdr [Corsteman], de ouders van zijn huisvrouw Belend (in het geheel): wz. de Sint Jansheren te Haarlem, zz. de Vliet, oz. Louwenthuijn en de abdij, nz. de abdij. Meijnert Gerritsz [van Alphen] en Willempgen Gerrits [van Alphen], zijn zwager en -zuster, bezitten de beide andere derde parten.

46. 14.7.1591. f. 42. Lambrecht Gijsbertsz en Aernt Gijsbertsz, gebroeders, hebben tot heden gemeenschappelijk gewoond en hun goederen bezeten. Zij zijn inmiddels getrouwd en hebben de boedel gescheiden.
Aernt krijgt <1> 5½ h. teelland te Oegstgeest over de Kroftsloot; <2> 11 h. teelland te Oegstgeest in de Horn; <3> 1½ m. weiland te Voorhout, genaamd tHazevelletgen; <4> ½ h. teelland te Oegstgeest op de Cneppelen.
Lambrecht krijgt: <1> 1 m. weiland te Voorhout; <2> 1½ m. teelland te Voorhout op Hogelandorp; <3> 10 h. weiland over Oestgeest aen de nijeuwe wech, <4> een huis en erf op de Oudevliet in Oegstgeest. Belend: zo. Jacop Jansz van Veuren, zw. Jan Joosten, tapper, nw. de kinderen en erfgenamen van Claes Jansz de Roomschen, n.o. de Waalweg; <4> een rentebrief tlv.Cornelis Meesz te Valkenburg, losbaar met 50 gld en <5> een schuldbekentenis van Dirck Gerritsz, groot 64 gld.
Lambrecht verkoopt aan Aernt de helft van de woning, huis, berg en schuur in de Koestraat. Belend: zz. Cornelis van Lis alias Cornelis Brechten, nz. Cornelis Dircksz Schuijerman, str. voor van de weg tot achter in de sloot.

47. 10.10.1591. f. 44. Pieter Dircksz stelt zich borg voor Claes Dircksz, poorter van Leiden,voor een bedrag van 724 gld. 8 stv. 8 p., zijnde de portie die zaliger Jan Pieter Gijsbertsz [Banheijninck] voor Baernt Tijencksz aan de Heren Staten 's lands heeft gedaan voor zekere imposten. Hij verbindt zijn huis en erf in de Koestraat. Belend: nz. Pieter Mercelisz kuiper, zz. (voor) Jan Claesz van Assendelft en (achter) Jan Gerritsz van Alphen, str. voor van de heerweg tot achter in de Zijpsloot. Belast met een losrente van 31 stv. 4 p. aan de Heilige Geest en Armen en 30 stv. aan de erfgenamen van Jan Slas (?), in de Cleij.

48. 19.11.1591. f. 44v. Griete Dircksdr, weduwe van Jan Pieter Gijsbertsz [Banheijninck], met Pieter Dircksz en Dirck Dircksz, haar broers en voogden, trp. aan Dirck Cornelisz, wonende te Oegstgeest aan de brug, een brief van willig decreet van het Hof van Holland dd. 6.11.1591 tzv. de verkoop van 11 h. land bij de Kruisweg. Koopsom voldaan.

49. 27.12.1591. f. 45. Dirck Jansz Vooruut, timmerman, trp. aan Cornelis Phylpsz, schoenlapper, een huis en erf. Belend: wz. IJsbrant Cornelisz, oz. (voor) de verkoper zelf, str. voor van de Vliet tot achter aan de berg toe. Belast met 30 stv. aan het Heilige Geest Gilde. Verder vrij ten ware datter naemaels houffslach op als onder buijerhuijsen gelegt werde Koopsom voldaan met een schuldbrief.

50. 27.12.1591. f. 46. Cornelis Philpsz schoenmaker, bekent tzv. voorgaande koop 338 gld schuldig te zijn aan Dirck Jansz Vooruut.

51. 18.1.1592. f. 46v. Dirck Jansz Vooruijt, timmerman, trp. aan Willem Willemsz Ouwelant, brouwer in De Lelie te Leiden, een custingbrief van 338 gld., tlv. Cornelis Philipsz, schoenmaker, dd. 27.12.1591.Tevens bekent hij 45 gld. schuldig te zijn aan Ouwelant. Hij verbindt een huis en erf. Belend: oz. de erfgenamen van Cornelis Mateeusz [van der Beeck / van Poelwijck], wz. Cornelis Phijlpsz, schoenmaker, str. voor van de Vliet tot achter aan de weide van Claes Jansz van der Speck.

52. 20.1.1592. f. 47v. Huijch [Willemsz] van Veen, timmerman, trp. aan Pieter Jacopsz, Neeltgen Jacops en Dircge Jacops [Jansz], broeder en zusters, een huis en erf in de Kerkstraat. Belend als in de doorgestoken brieven. In de marge: op de kinderen van Jannetge de bacxster.

53. 1.2.1592. f. 48. Huich van Veen Willemsz, timmerman, bekent een rente van 2 gld., losbaar met 32 gld., schuldig te zijn aan de Heilige Geestmeesters aan het Heilige Geest- en Armen Gilde. Hij verbindt een huis en erf in de Kerkstraat. Belend: zz. het Hof van de abdij, nz. en wz. de weduwe van Gerrit Reijersz [van Dam], oz. (voor) de Kerkstraat.

54. ongedateerd. f. 48v. Cornelis Philpsz, Warbout Philpsz, Adriaen Philpsz en Jan Dircksz gehuwd met Maritge Philps, broeders en zwagers, trp. …..
Akte niet afgemaakt. (zie nr. 55)

55. 15.2.1592. f. 49. Dirck Huijgensz bekent 250 gld. schuldig te zijn aan de erfgenamen van Philips Warboutsz, tzv. de koop van een huis en erf in de Koestraat. Belend: zz. Pieter Mercelisz kuiper, nz. Jan Claesz Roomschen Koninck, str. voor van de heerweg tot achter aan het erf van Pieter Dircksz.

56. 25.3.1592. f. 49v. Dirck van Kessel, rentmeester van de abdij, trp. (privé) aan Koen Woutersz van Zijp, een erf met beplanting in de Koestraat, eertijds gekomen van Cornelis Maerten Mathijsz alias Pijper. Belend: zz. Koen voorszeid, nz. Jannitge Gerrits, str. voor van de heerweg tot achter aan het erf van Koen voornoemd. Belast met 18 stv 1 b. aan het Heilige Geest Gilde.

57. ongedateerd. f. 50 r. Blanko. In de marge: thuijs gecomen van Jan de cuijper.

58. 29.6.1592. f. 50v. Floris Gerritsz [van der Wiel], dekker, trp. aan Ghuijllame de Rode [ook: Roij], kramer, een huis en erf, eertijds gekomen van Jan Quierincksz [Fransz], wielmaker. Belend: oz. en zz. Frans [Willemsz Jansz], wielmaker te Voorburg, wz. Sijmon [Willemsz Verdiger alias] Cortwil, voor de heerweg. Met een halve bornput. Belast met 7½ stv. aan de erfgenamen van de Heer van Battenbrouck, 3 gr. hofstedegeld


59. 29.6.1592. f. 51. Ghuijllame de Rode, kramer, bekent 537 gld en 10 stv. schuldig te zijn aan Floris Gerritsz [van der Wiel], dekker, tzv. voorgaande koop.

60. 6.11.1592. f. 51v. Harmen Claesz van Noort, hoefsmid, trp. aan Toenis Harmisz van Noort, hoefsmid, zijn zoon, een huis en erf mit alle des smits hantwerck ende gereetschap . Belend: oz. de weduwe van Mr. Clement [Fransz], wz. Jan [Woutersz] Val, tapper in De Valck, str. voor van de Vliet tot achter aan het erf van Jan Val. Belast met 8 stv. hofstedegeld. Toenis mag een vrije watergang gebruiken op de stoup van Jan Val.

61. 6.11.1592. f. 52. Toenis Harmensz van Noort, smid, bekent tzv. voorgaande koop 1150 gld. schuldig te zijn aan Harman Claesz van Noort, smid. Mari Jans, weduwe van Huijch Gerritsz, te Valkenburg, met Pieter Huijgensz, haar zoon, als voogd, stelt zich borg voor Toenis van Noort, haar schoonzoon.

62. 7.11.1592. f. 53. Baijken [Barbara] Staetz, weduwe van Mr. Clement Fransz, met Mr. Matijs Mente, haar schoonzoon, als voogd, trp. aan Pieter Jansz kleermaker, een huis en erf met een boomgaard in het Dorpsvierendeel. Belend: oz. (voor) Pieter Jansz zelf en (achter) Jan Splintersz [van Drijebergen], wz. (voor) Toenis [Harmansz van Noort], smid, daar aan Jan [Woutersz] Val en daaraan Trijn Dircx, de moeder van de koper, zz. de kloostergracht, nz. de Vliet. Belast met 1½ pond Hollands. Voldaan met een schuldbrief van 1100 gld.

63. 10.12.1592. f. 54. Sijmon Pietersz, bekent schuldig te zijn aan Lodewijck [Gerritsz] de Ruw, schout, en Cornelis Vranckensz [van der Burch], gerechte voogden van Griete Nannincks, ongehuwde persoon, de helft van 1725 gld. De wederhelft komt toe aan Toenis Florisz gehuwd met Mari Nannincx [van der Leus], te Katwijk. Het betreft de koopsom van 14½ h. land te Voorhout. Sijmon Pietersz verbindt zijn huis en erf in de Koestraat. Belend: nz. Jan Florisz opt Ent, zz. Koen Woutersz [van der Zijp] met zijn tuin.

64. 10.1.1593. f. 54v. Pieter Willemsz [Laurensz, te Valkenburg], gehuwd met Claertge Huijgen [Jansz], bekent een rente van 15 gld., losbaar met 250 gld., schuldig te zijn aan Maritge Jans, ongeëchte persoon, weeskind van Jannitge Huijgen [Jansz] en geprocreëerd door Jan Woutersz Val. Hij verbindt zijn landwoning als huis, berg, schuur en boomgaard in de Koestraat. Belend: n.z. Jan Claesz van der Speck, zz. (voor) Jannitge de naaister en (achter) de weduwe van Pieter Garbrantsz [Verhouck / van Veen / van Paridon] en Willem Willemsz Hoftuijn, str. voor van de heerweg tot achter aan de boomgaard van Jacop Willemsz [van der Codde), schoenmaker. Willem Louwerisz, te Valkenburg, stelt zich borg voor Pieter Willemsz, zijn zoon.

65. ongedateerd. f. 56. Jan van Schane [Verschanen], geboren te Mechelen, wonende te Rb, bekent schuldig te zijn aan Lodewijck [Gerritsz] de Ruw, schout .... [Akte niet voltooid.]


66. 16.5.1593. f. 58. Pieter Carpentier en Margriete van Dalen, uit Vlaanderen, echtelieden wonende in de Kerkstraat, testeren. De langstlevende van beiden is universele erfgenaam/name.

67..... 1593. f. 59. Oude Jan Huijgensz gehuwd met Michieltgen Michiels, en Dirck Jansz Vooruut, als oom en voogd van de 2 nagelaten kinderen van Jonge Jan Vooruut en Michieltgen voornoemd, trp. aan Claes Heijmansz [visscher] een ledig erf, getrokken van het huis en erf van 't gunt Oude Jan Vooruut met zijn huijsvrouw te bewonen plach en daer op te timmeren van Cornelis [Lenaertsz] decker's muur af, te meten (voor) de wijte van 20 voeten min 2 duijm en (achter) 19 duijm . Belend: oz. het voorszeide huis, wz. Cornelis [Leendertsz] rietdekker, str. voor van de Vliet tot achter aan voorszeide dekker's erf.

68. 1.4.1593. f. 59v. Pons Jansz lijndraaier, bekent 537 gld. en 10 stv. schuldig te zijn aan Cornelis Philpsz schoenmaker, tzv. de koop van een huis en erf gezeijt Bamberch. Belend: oz. en nz. Dirck Jansz Vooruut, wz. IJsbrant Cornelisz, zz. de heerweg. Pieter Mercelisz kuiper, stelt zich borg voor zijn zwager.

69. 31.5.1593. f. 60. Oude Jan Huijgensz gehuwd met Michieltge Michiels, Dirck Jansz Vooruut als oom en voogd van de 2 weeskinderen van Jonge Jan Vooruut en Michieltje voornoemd, alsmede de schout en Cornelis Dircksz Ket, Heilige Geest meester en oppervoogden van deze kinderen, hebben op 14.5.1593 in het openbaar verkocht en trp. nu aan Koen Jansz een huis en erf, waarin Oude Jan Vooruut met zijn huisvrouw gewoond heeft, gelegen scheuijns over de smitsteeg. Belend: oz. Jacop Tijsz, wz. Claes Heijmansz visser, str. voor van de Vliet tot achter aan het erf van Cornelis Mateeuz [van der Beeck / van Poelwijck] en Cornelis [Lenaertsz] dekker. Belast met 15 stv. aan de abdij Leeuwenhorst. Koopsom voldaan met een custingbrief van 900 gld.

70. ongedateerd. f. 65. Jan Huijgensz verkoopt een rente van 7 gld. en 10 stv., losbaar met 125 gld, aan Geertge en Neeltge Jans, weeskinderen van Jonge Jan Jansz Vooruut en Michieltge Michiels, in handen van Dirck Jansz Vooruut, timmerman, hun oom en voogd. Hij verbindt de landwoning als huis, hof, berg, schuur en loods, in het Moleneinde, waarin hij woont, gekomen van Jonge Jan Vooruut. Belend: oz. Sijmon Lenertsz [Cornelisz], wz. (voor) de weduwe van Jan Arijsz en (achter) Dirck Jansz, str. voor van de Vliet tot achter aan het land van Mr. Jan [Pietersz Colf] int Houffijser [te Delft].

71. ..... 1594. f. 67. Jan Jacobsz [Jansz], voor zichzelf, Marijtge Jacobs [Jansz], ongehuwde persoon, met Maerte Mathijsz als voogd, Cornelis Cornelisz als vader en voogd van zijn 2 weeskrn, gewonnen bij Leentge Jacobs [Jansz], met Lodowijck [Gerritsz] de Ruw, schout, en Cornelis Dircksz Ket, tesamen Heilige Geestmeesters, alle erfgenamen van Jacop Jansz, Antonis Jacopsz [Jansz] en Cuneertge Jacops [Jansz], hun resp. vader, broeder en zuster, bestevader, oom en tante, allen wonende op de Vrouwevenne. Boedelscheiding.

72. ongedateerd. f. 69. Willem Jacopsz Colf trp. aan Karolus Ackerman, predikant, een ledig erf in de Koestraat. Akte niet afgemaakt. (zie nr. 78).

73. 6.1.1594. f. 70. Heijndrick Jansz smid, bekent 174 gld. schuldig te zijn aan Willem Willemsz Ouwelant, brouwer in De Lelie te Leiden. Hij verbindt <1> een huis en erf. Belend: oz. Dirck Gerrijtsz, wz. Mr. Cornelis van Lodensteijn met Jan Claesz van Lodensteijn, zijn broer, zz. de Smuigsloot, nz. de weg; <2> nog een huis en erf. Belend: zz. Dirck Dircsz, wz. Jannetje Daniëls, nz. de weg, oz. de Kerkstraat.

74. 11.1.1594. f. 70v. Jan van Schanen, geboren te Mechelen, verkoopt een rente van 4 gld., losbaar met 60 gld., aan Willem Cornelisz Int Hout. Hij verbindt een huis en erf [in de Kerkstraat]. Belend: zz. Pieter Lammens, oz. Willem int Hout, nz. Willem Pietersz [van der Ben, alias] Bisschop, wz. de Kerkstraat.

75. ongedateerd. f. 71. Jan van Schanen, geboren te Mechelen, heeft aan Willem Cornelisz int Hout een stuxken erf verkocht, gelegen aan zijn erf, zo groot alst afgemuijrt is.

76. 20.3.1594. f. 71v. Pons Jansz lijndraaier, trp. aan Wouter Jansz Val een huis en erf in het Kampeindvierendeel. Belend: wz. IJsbrandt Cornelisz met huis en erf, oz. en nz. Dirck Jansz Vooruut met huis en erf, zz. de heerweg, str. voor uit de Vliet tot achter aan de berg van Dirck Jansz. Voor de verkoper stelt zich Pieter Mercelisz kuiper, borg. Die verbindt het huis en erf waarin hij woont, in de Koestraat. Belend: zz. Pieter Dircksz, nz. Dirck Huijgensz, wz. de Zijpsloot, oz. de heerweg.

77. 20.3.1594. f. 72v. Wouter Jansz Val bekent 550 gld. schuldig te zijn aan Pons Jansz lijndraaier, t.z.v. voorgaande koop. Jan Woutersz Val en Jan Huijgensz stellen zich borg.

78. 4.3.1594. f. 73. Willem Jacopsz Colf trp. aan Karolus Ackerman [ook: Agricola], predikant, een ledig erf in de Koestraat daer eertijts een huijs op te staen plach. Belend: zz. en wz. Willem Jacopsz voornoemd, nz. de weduwe van Jan Gerrijtsz van Alphen, oz. de heerweg. Belast met 2 stv. en 1 o. aan de abdij

79. 4.3.1594. Karolus Ackerman [ook: Agricola], predikant, bekent tzv. voorgaande koop 300 gld. schuldig te zijn aan Willem Jacopsz Colf.

80. 21.3.1594. f. 74v. (ook voor schepenen van Oegstgeest) Claes Gerrijtsz [van Alphen], voor zichzelf, Adriaen Jacopsz van Dam gehuwd met Adriana Gerrijts [van Alphen], Sijmon Sijmonsz [Hoflant] gehuwd met Marijtge Gerrits [van Alphen], Cornelis Lenaertsz [van Duijndam] gehuwd met Aechte Gerrijts [van Alphen], Grietge Cornelisdr met haar 4 onmondige kinderen geprocreëerd bij Jan Gerrijtsz [van Alphen], geassisteerd door Sijmon Gijsbrechtsz van der Codde en Jacop Florisz [Opt ent], als voogden, Meijnaert Gerrijtsz [van Alphen] voor zichzelf en Willemtge Gerrijts [van Alphen], voor haarzelf, geassisteerd door Claes Cornelisz Corsteman, te Lisse, haar neef, erfgenamen ab intestato van Adriaen Gerrijtsz Keth, haar broer en schoonbroer. Zij hebben de boedel gescheiden en gedeeld. Meijnert Gerrijtsz en Willemtgen Gerrijts zullen samen in eigendom hebben <1> een woning als huis, erf, schuren en bergen, met huisraad, imboedel, landbouwgereedschap en het vee alsmede de bruikwaar van het land dat hun broer in huur had; <2> een croftgen land, groot 7 h., gelegen voor de deur van de voorszeide woning, waarvan de erfgenamen 4 h. en de abdij 3 h. competeert, dan also de voornoemde abdie int voornoemde croftgen sustineert te hebben een mergen, sulx dat de voorszeide comparanten niet meer als een hondt eijgens soude behouden, waeromme jegenswoordich questie is ; <3> ca. 1 h. land, genaamd Louwenthuijn; <4> 3½ h. teelland; <5> 1 m. weiland in Oegstgeest in een kamp van 6½ m. Meijnert en Willemtgen zullen hun mede-erfgenamen voor dit bezit 3700 gld betalen, onder aftrek van <1> 100 gld. die Adriaen Gerritsz van Pieter Cornelisz en zijn huisvrouw op lijfrenthe hadde gelicht ende ontfanghen; <2> een bedrag van 53 gld. 2 stv. en 8 p. die hun broer nog schuldig was aan Pieter Gerritsz, brouwer; <3> een bedrag van 100 gld. dat Adriaen Gerritsz aan de Heilige Geest had toegezegd en <4> 78 gld. voor Aeltgen Sijmons [Hoflant], de dochter van Sijmon Sijmonsz, hun zwager, voor haar dienst en arbeid. De boerderij was eertijds gepossideert bij Gerrijt Claesz Heer.

81. 23.3.1594. f. 77. Cornelis Adriaensz van der Horst, schipper, trp. aan jonkheer IJsbrant van Merode, heer tot Zoeterwoude, Stompwijk, Wilsveen, etc., een huis en erf in het Griekenvierendeel. Belend: wz. de weduwe van Jacop Cornelisz van de Berch, oz. Willem Jansz snijder, str. voor van de Vliet tot achter in de Zijp- of Schouwsloot. Belast met 16 stv. en 7 stv. aan de abdij, 15 stv. aan de kerk van Oegstgeest, 8½ stv. aan het Heilige Geest Gilde.

82. 23.3.1594. f. 77v. Jonkheer Isbrant van Merode bekent 2200 gld. schuldig te zijn aan Cornelis Adriaensz van der Horst tzv. voorgaande koop.

83. 29.4.1594. f. 78. Dirck Willemsz, bouwmeester, en Jan Claesz van der Laen, beiden wonende op de Oude Vliet in Oegstgeest , trp. aan Cornelis Adriaensz [van der Horst], schipper, een huis en erf. Belend: oz. Pieter Allertsz, wz. Jacop Lenaertsz [van Duijndam], str. voor van de Vliet tot achter aan Ghijsbert Jansz [van der Codde] en Pieter Allertsz voornoemd Belast met 15 stv. aan de abdij.

84. 29.4.1594. f. 78v. Cornelis Adriaensz [van der Horst], schipper, bekent 1100 gld. schuldig te zijn aan Dirck Willemsz, bouwmeester, en Jan Claesz van der Laen tzv. voorgaande koop.

85. 24.6.1594. f. 79. Dirck Jansz Vooruut, timmerman, verkoopt aan Cornelis Jansz, houtkoper, burger en poorter van Leiden, zijn schoonvader, een losrente van 6 gld. Hij verbindt het huis waarin hij woont. Belend: oz. Pieter Cornelisz, dekker, wz. Wouter Jansz Val, str. voor uit de Vliet tot de sloot en het land van Claes Jansz van der Speck.

86. 23.4.1594. f. 79. Dirck Gerrijtsz van Immerseel bekent, zv. de koop van een woning, landerijen en goederen, als begrepen in de betr. koopbrief, 2120 gld. 17 stv. en 8 p. schuldig te zijn aan Sijmon Gerrijtsz [Hoflant], zijn schoonvader, alsmede aan diens kinderen en erfgenamen gewonnen bij Fijtgen Sijmons. [zie nr. 88]

87. 23.4.1594. f. 80v. (ook voor schepenen van Oegstgeest) Sijmon Gerritsz, weduwnaar van Fijtgen Sijmons, voor de ene helft, en Sijmon Sijmonsz, voor zichzelf en voor Marijtge Sijmons, zijn zuster, Huijbrecht Heijndricsz gehuwd met Neeltgen Sijmons, Claes Gerrijtsz van Alphen gehuwd met Lijsbeth Sijmons, Maerten Huijbrechtsz gehuwd met Oude Grietge Sijmons, Cornelis Lenaertsz [van Duijndam] gehuwd met jonge Grietge Sijmons, kinderen van Sijmon Gerritsz voornoemd en Fijtgen Sijmons, trp. aan Dirck Gerritsz van Immerseel gehuwd met Niesgen Sijmons, mede-erfgenamen <1>een woning als huis, berg en schuur met ca. 11½ h. eigen land. Belending huis en erf: oz. Lodewijck de Ruw cs., wz. Willem Willemsz Hofthuijn, str. voor uit de Vliet tot achter in de Zijpsloot; belending van het land: oz. de Zijpsloot, nz. Coen Woutersz van der Sijp, wz. de abdij en Meijnaert Gerritsz van Alphen, zz. de abdij; <2> 2 h. land te Oegstgeest in de Horn; <3> ½ m. teelland eveneens aldaar gelegen; <4> de beterschap van 8 m. weiland in Noordwijk van de erfgenamen van Adriaen Monnicker (?); <5> de bruikwaar van 12½ m. teel- en weiland in Rb., Oegstgeest en Sassenheim van de abdij, alsmede <6> de levende have en het bouwgereedschap en de lasten, die op de boedel drukken.

88. 23.4.1594. f. 82. Dirck Gerrijtsz van Immerseel bekent tzv. voorgaande koop 2150 gld. schuldig te zijn aan zijn mede-erfgenamen van Fijtgen Sijmons. [zie nr.86]


89. 1.5.1594. f. 82v. Gerrijt Dircsz van Doornijck verkoopt aan Marijtgen Dircx, zijn natuurlijke zuster, en Maria Dircx, zijn hele zuster, een lijfrente van 24 gld. per jaar. Hij verbindt het huis en erf waarin hij woont. Belend: oz. Huijch Willemsz [van Veen], timmerman, wz. Heijndrick Jansz smid, str. voor van de Vliet tot achter in de Smuigsloot.

90. 30.5.1594. f. 83. Marijtge Willems, weduwe van Cornelis Matheusz [van der Beeck / van Poelwijck], tegenw. wonende te Oegstgeest, met Cornelis Willemsz bakker, als gekoren vgd, trp. aan Pieter Cornelisz dekker, een huis en erf. Belend: oz. Cornelis Lenaertsz dekker, en Coen Jansz, wz. Dirck Jansz Vooruit, str. voor uit de Vliet tot achter aan het land van Claes [Jansz] Verspeck. Belast met 4½ gr. hofstedegeld

91. 30.5.1594. f. 83v. Pieter Cornelisz rietdekker bekent 900 schuldig te zijn aan Marijtge Willems tzv. voorgaande koop.

92. 6.7.1594. f. 84. Pieter Cornelisz rietdekker trp. aan Cornelis Lenaertsz rietdekker een ledig erf. Belend oz. Cornelis Lenaertsz vnd en Coen Jansz, wz. Pieter Cornelisz voornoemd, str. voor uit de Vliet tot achter aan het erf van Jacop Mathijsz. Voldaan met een obligatie van 265 gld.

93. 6.7.1594. f. 85v.Pieter Cornelisz rietdekker trp. aan Dirck Jansz Vooruit, timmerman, een ledig erf. Belend: wz. Dirck Jansz voornoemd, oz. Pieter Cornelisz voornoemd, str. voor uit de Vliet tot achter aan het erf van Jacop Mathijsz, en met een houxken aan de sloot naast het land van Claes Jansz Verspeck. Betaald met een obligatie van 265 gld.

94. 28.1.1595. f. 87. Adriaen Huijberts, weduwe van Jeroen Cornelisz vleeshouwer, met Cornelis Jeroensz en Huijbert Jeroensz haar zonen als gekoren voogden, trp. aan Dirck Jeroensz, eveneens een zoon, een huis en erf, eertijds gekomen van Vranck Jansz brouwer. De moeder mag levenslang blijven wonen in een huisje met een schuurtje, dat bij het verkochte huis behoort. Op het erf mag zij geen hoenderen houden. Voldaan met een schuldbrief.

95. 30.1.1595. f. 88. Wouter Jansz Val trp. aan Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] een huis en erf in het Kampeindvierendeel, met condities als in de betr. oude brieven zijn opgenomen. Jan Huijgensz is borg voor Wouter Val.

96. 30.1.1595. f. 88v. Schuldbrief van Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] aan Wouter Jansz Val tzv. voorgaande koop. Adriaen Huijberts, zijn moeder, geassisteerd door Cornelis Jeroensz [van Swanenburgh], haar zoon, stelt zich borg.

97. 15.5.1595. f. 89v. Jannetgen Cornelisdr, bakster, weduwe van Jacop Dammisz, geassisteerd door Cornelis Dircksz Ket, als gekoren vgd, trp. met bewilliging van haar overige kinderen, aan Pieter Jacob Dammisz, timmerman, haar zoon, een huis en erf in het Dorpsvierendeel met alle de gereetschappen behorende tot de backerie. Belend: oz. Heijndrick Jansz smid, wz. jonkheer Willem van Duijvenvoorde, zz. Jan van de Kerchove, bakker, nz. de weg en de Vliet. Belast met 4½ comans gr. hofstedegeld en 4 gld. aan de erfgenamen van de Heer van Battenbrouck.

98. 15.5.1595. f. 90. Pieter Jacop Dammisz, timmerman, bekent 1350 gld schuldig te zijn aan Jannetgen Cornelisdr, weduwe van Jacop Dammisz, zijn moeder tzv. voorgaande koop.

99. 1.6.1595. f. 91.Pieter Jacopsz, timmerman, en Neeltge Jacops, zijn zuster, geassisteerd door Cornelis Dircxsz Ket als vgd, trp. aan Pieter Jansz van Warmont, hun beider zusters man, 2 derdeparten van een huis en erf, waarvan de koper het resterende part kompeteert. Belend: nz. jonkheer Willem van Duijvenvoorde met een gang, zz. de Kloostergracht, oz. de Kerkstraat, wz. voorszeide Duijvenvoorde met huis en erf. Belast met 16 stv.

100. 15.5.1595 (?). f. 91v. Pieter Jansz van Warmont, tegenw. wonende te Rb., bekent tzv. voorgaande koop 300 gld. schuldig te zijn aan Pieter Jacopsz, zijn zwager, en Neeltge Jacops, zijn schoonzuster.

101. 15.5.1595. f. 92. Franz Willemsz [Jansz] , wielmaker, gehuwd met Meijntge Gerrijts, tegenw. wonende te Voorburg, Arent Jansz wachtmeester, te Leiden, vervangende Anna Jans, zijn zuster, Willem Jacopsz Tuijch, geauthoriseerd door Frans Cornelisz van Sijrxe, allen erfgenamen van Wouter Gerrijtsz metselaar; Lenert Pietersz, te Delft, als voogden van Marijtge Jeroens, zijn moeder en Cornelis Michielsz, kuiper, te Haarlem, beiden erfgenamen van Adriana Jeroens, in leven huisvrouw van Wouter Gerritsz voornoemd. Zij trp. aan Willem Jansz snijder, het huis en erf dat Wouter Gerrijtsz en Adriana Jeroens nagelaten hebben. Belend: oz. en nz. de weduwe van Cornelis Cornelisz zandman, wz. Willem Jansz, zz. de heerweg en de Vliet.

102. 9.6.1595. f. 92v. Gerrijt Willemsz [van] Veen bekent een rente van 30 stv. Brabants, losbaar met 25 gld., schuldig te zijn aan Heilige Geestmeesters Hij verbindt een huis en erf in de Kerkstraat. Belend: oz. Pieter Lammens, kleermaker en lakenkoper, zz. de abdij, wz. de Kerkstraat, soe groet ende kleijn als hem compt. tselve bij cavelinge jegens de voochden van sijne onmondige kijnderen te lote gevallen is.

103. 25.7.1595. f. 93v. Dirck Dircksz stelt zich borg voor Pieter Dircksz, zijn broer, die zijn huis en erf verreuijlt aen Sijmon Claesz Colijn.

104. 28.7.1595. f. 94. Alijt Claesdr [van Alphen], huisvrouw van Adriaen Sijmonsz van Rechtevoort, liggende op haer siecke bedde laat door de schout haar uiterste wil optekenen. Haar man zal het huis met tuin, boomgaard en de bergen met hooi erven alsmede al het huisraad. Marijtgen Coenen mag het huijsken behouden, waarin zij woont.

105. ongedateerd (1595). f. 94v.Verdere uijtterste wille van Alijt Claesdr. [van Alphen]. Testatrice stelt nadere bepalingen tav. de goederen, die de nagelaten kinderen van Pieter Jansz van Alphen, haar broederszoon, van haar zullen erven. Ook vermaakt zij 4 comen groten vlaems aan de Armen.

106. 13.10.1595. f. 95v. Claes Heijmansz vogelaar, trp. aan Rijck Hesselsz van Cranenburch, ongehuwd persoon, een nieuw getimmerd huis en erf. Belend: oz. Coen Jansz, wz. en nz. Cornelis Lenaertsz dekker, zz. de straat en de heerweg. Belast met de ordinaris jaerlijxe banwercken als hoijen ende crosen .

107. 13.10.1595. f. 96. Rijck Hesselsz [van Cranenburch] bekent 600 gld. schuldig te zijn aan Claes Heijmansz vogelaer, tzv. voorgaande koop. Reijer Hesselsz tapper stelt zich borg voor zijn broer.

108. 1.11.1595. f. 97. Meijnaert Gerrijtsz van Alphen en Willemtgen Gerrijts [van Alphen], geassisteerd door Claes Gerrijtsz van Alphen, haar broer, verkopen een rente van 6 gld., losbaar met 100 gld., aan de Heilige Geestmeesters. Deze rente nemen zij over van Adriaen Gerrijtsz Keth, hun broer. Zij verbinden hun huis en erf met zeker land, daar achter gelegen. Belend: wz. de Buitenweg, nz. de erfgenamen van Alijt Claesdr [van Alphen], oz. het molentuijntgen en zz. de weg.

109. 7.11.1595. f. 97v. Pieter Dircsz verkoopt een rente van 30 stv. Brabants, losbaar met 25 gld. aan de Heilige Geestmeesters. Hij verbindt het huis in de Koestraat, waarin hij woont. Belend: zz. Cornelis Cornelisz van Lis, nz. Cornelis Dircsz Ket alias Schuijrman, wz. de Zijpsloot, oz. de heerweg.

110. 13.11.1595. f. 98v. Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] verkoopt een rente van 15 stv., losbaar met 12 gld., aan de Heilige Geestmeesters. Hij verbindt het huis in het Kampeindvierendeel, waarin hij woont. Belend: oz. en nz. Dirck Jansz Vooruut, wz. IJsbrant Cornelisz, zz. de heerweg.

111. 28.12.1595. f. 99. Jacop Willemsz [van der Codde],schoenmaker, trp. aan Ghijsbert Jansz een perceel land, groot ca. 11 h. Belend: nw. het Convent, zo. Pieter Gerrijtsz alias Scerpgen, zw. die dwersche sijp in de Horn ofte de scheijsloot tussen Rb. en Oegstgeest, str. tot nevens de Elsgeesterweg. Hij verbindt het huis met erf waarin hij woont. Belend: oz. Floris Claesz, wz. Willem Willemsz Hofthuijn, str. voor van de Vliet tot achter aan de sloot van Claes Jansz van der Speck

112. 20.3.1596. f. 100. Pieter Willemsz verkoopt een rente van 12 gld. en 10 stv., losbaar met 200 gld., aan de Heilige Geestmeesters. Hij verbindt het huis met erf in de Koestraat, waarin hij woont. Belend: nz. Claes Jansz van der Speck, zz. Cornelis Philpsz schoenlapper, str. voor van de weg, doorgaens de boomgaert, tot achter aan de tuin van Jacop Willemsz [van der Codde], schoenmaker. Willem Lourisz, te Valkenburg, zijn vader, stelt zich borg.



113. 11.4.1596. f. 101. Cornelis Adriaensz van der Horst alias Schipper, trp. aan Dirck van Kessel, rentmeester, tbv. de abdij een huis en erf. Belend: oz. Pieter Allertsz, wz. Jacop Lenaertsz [van Duijndam], str. voor van de Vliet tot achter aan de schuur van Pieter Allertsz, met een opgang over diens erf. Belast met 15 stv.

114. 11.4.1596. f. 101v. Dirck van Kessel, gemachtigd door Vrouwe Stephana van Rossum, bekent dat de abdij 1100 gld. schuldig is aan Cornelis Adriaensz van der Horst tzv. voorgaande koop.

115. 5.5.1596. f. 103v. Heijndrick Jansz smid trp. aan jonker Heijndrick van de Brandt, een huis en erf in het Dorpsvierendeel, bewoond door jonker Christoffel van Nijhof. Belend: oz. Gerrit Dircsz van Doornijck, wz. Cornelis en Jan Claesz van Lodensteijn, str. voor van de Vliet tot achter aan de smuigsloot. Belast met 15 stv. aan het Heilige Geest Gilde. Hij verbindt het huis in het Dorpsvierendeel, waarin hij woont. Belend: wz. Pieter Jacop Dammisz, zz. Dirck Dircksz Theerschap [de Jong], oz. de Kerkstraat. nz. de weg.

116. 5.5.1596. f. 104. Jonker Heijndrick van de Brandt bekent tzv. voorgaande koop 2500 gld. schuldig te zijn aan Heijndrick Jansz smid.

117. 18.5.1596. f. 104v. Rijck Hesselsz, tegenw. wonende te Rb., trp. aan Jan Jansz alias Vinckenberch, wonende op de Oude Vliet in Oegstgeest, een huis en erf in het Kampeindvierendeel. Belend: oz. Coen Jansz met huis en erf, wz. en nz. Cornelis Lenaertsz, rietdekker, zz. de weg.

118. 18.5.1596. f. 105. Jan Jansz, wonende te Oegstgeest, bekent 600 gld. schuldig te zijn aan Rijck Hesselsz tzv. voorgaande koop.

119. 18.5.1596. f. 105v. Rijck Hesselsz, trp. aan Claes Heijmansz [vogelaer] de onder 118. genoemde schuldbrief en verklaart daarvoor betaald te zijn.

120. 19.5.1596. f. 106. Dirck van Kessel bekent tzv. geleende penningen en verdiend loon, 943 gld. schuldig te zijn aan IJsack Troost Dircsz, Pieter Thomasz Hertooch gehuwd met met Marijtgen Dircx [Troost], en Cornelis Dircsz Grijp gehuwd met Vrericgen Dirx [Troost], als erfgenamen van Dirck Troost Rutgersz, hun vader. Hij verbindt een huis, erf en boomgaard. Belend: wz. Neeltgen, weduwe van Cornelis Cornelisz, zandman, oz. eerst Gerrijt Cornelisz Maes en daaraan Jan Pietersz, str. voor van de Vliet tot achter aan de Zijpsloot.

121. 19.5.1596. f. 107. Ghijsbert Jansz [van der Codde] , als gekoren voogd van Maria Andriesdr, weduwe van Willem Ghijsbrechtsz, bouwster, trp. aan Claes Jansz steenplaatser, en Govert Willemsz [van Langevelt], timmerman, haar zwagers [schoonzonen] een huis en erf, met de glaesramen, in het Griekenvierendeel, zoals het door de verkoopster bewoond is geweest. Belend: oz. Ghijsbert Jansz voornoemd, wz. Baerent Gerritsz de Ruw, bode, str. voor uit de Vliet tot achter aan de Woerdsloot. Belast met 20 stv. en 1½ comans gr. hofstedegeld

122. 19.5.1596. f.107v. Claes Jansz steenplaatser, en Govert Willemsz [van Langevelt], timmerman, bekennen samen 2100 gld. schuldig te zijn aan Marijtgen Andriesdr, hun schoonmoeder, tzv. voorgaande koop.

123. 6.12.1595. f. 108v. Adriana Huijbers, weduwe van Jeroen Cornelisz vleeshouwer, met Lodowijck [Gerritsz] de Ruw, schout, als gekoren voogd, prelegateert aan haar zoon Cornelis
Jeroensz [van Swanenburgh], voor diens overgrote ende menichfuldige getrouwe diensten, naerstichheijt, behulp ende behantreijckinge 100 gld. boven zijn erfportie.

124. 20.10.1596. f. 110v. Dirck Jeroensz [van Swanenburgh] bekent tzv. geleend geld 100 gld. schuldig te zijn aan Frans Adriaensz, brouwer te Leiden. Hij verbindt zijn huis en erf. Belend: ez. Warbout Woutersz [van der Zijp], az. Sijmon Willemsz Verdiger, str. voor uit de Vliet tot achter aan de Conventsloot.

125. 11.12.1596. f. 111. Frans de Haes Eliasz, wonende in de Custerwijck (?) buiten Haarlem, bekent 178 gld. ontvangen te hebben van Willem Jacopsz Colf, in volle betaling en aflossing van de helft van een rente van 25 gld., losbaar met 200 gld. Deze rentebrief is op 7.6.1565 gevestigd door Aechte Claesdr, eertijds wonende te Rb., met Adriaen Doesen, te Katwijk, als gekoren voogd, aan Margriete, Cornelis Claesz van Aickendochter.

126. ..5.1597 ?. f. 112. Jonker Willem van Duijvenvoorde, tegenw. te Rb., trp. aan Dirck van Kessel, rentmeester-generaal van de abdij, een huis en erf in het Dorpsvierendeel. Belend: oz. Pieter Jacobsz bakker en timmerman, wz. Huijch Willemsz Veen, timmerman, str. voor van de Vliet tot achter aan de Conventsloot, met een vrije gang naast het huis, eertijds gekomen van Heer Jacop [Gijsbertsz] de Coster en tegenw. toekomende Jan van de Kerchoven, bakker, az. (zuid) naast de heining van Pieter Jansz van Warmont, str. tot aan de Kerkstraat. Belast met een losrente van 4 gld. aan het Heilige Geest-Gilde, eertijts gecomen uijt den ghilde van Sancta Barbara, 7 d. hofstedegeld. Borg is Jonker Heijndrick van den Brandt, die zijn huis en erf verbindt. Belend wz. Cornelis en Jan Claesz van Lodensteijn, oz. Gerrijt Dircsz, str. voor van de Vliet tot achter aan de Conventsloot.

127. ongedateerd. f. 113. Dirck van Kessel bekent 1375 gld. schuldig te zijn aan Jonker Willem van Duijvenvoorde tzv. voorgaande koop.

128. 11.5.1597. f. 113v. Aris Jansz, trp. aan Thonis Florisz, te Katwijk aan de Rijn, een huis en erf in het Kampvierendeel. Belend: oz. Pieter Lourisz met huis en erf, wz. Sijmon Ghijsbrechtsz [van der Codde], str. voor uit de Vliet tot achter aan de sloot. Belast met een losrente van 6 gld. en 5 stv., losbaar met 100 gld., aan Jan IJsenhout, 16 stv. 1 o. aan de kerk, 2 stv. 1 bl. hofstedegeld. Borg voor de verkoper is Huijch Willemsz van Veen.

129. 11.5.1597. f. 114.Thonis Florisz bekent 1825 gld. schuldig te zijn aan Aris Jansz tzv. voorgaande koop. Jan Florisz opt Endt stelt zich borg voor de kooppenningen.

130. 11.5.1597. f. 115. Huijgh Willemsz Veen, timmerman, trp. aan Heijndrick Jacopsz van den Berch, schuitvoerder, een huis en erf. Belend: wz. Gerrijt Dircsz van Doornijck, oz. Huijch Willemsz voornoemd, str. voor uit de Vliet tot achter aan de Conventsloot. Belast met 15 stv. aan de kerk, 8½ stv. aan de abdij, ½ stv. hofstedegeld en met diverse condities o.a. betr. een loden goot. De koopsom wordt voldaan met een schuldbrief van 788 gld.

131. 11.7.1607. f.116v. (losse aantekening) Cornelis Willemsz Limmen, tegenwoordig te Rb., heeft onder Lodowijck [Gerritsz] de Ruw, als schout, 50 gld. geconsigneerd tbv. Sijmon Jacopsz van der Codde, welke som bij Thonis Willemsz, waard in De Witte Leu, rechtlijcken gearresteert is.


Terug naar het overzicht